Vier-ogen en oren principe – Neske – Geluksvogel – Maaskopkes

Vier-ogen en oren principe

Inleiding

Het 4-ogen en oren principe wordt als volgt gedefinieerd: ‘de houder van een kindercentrum organiseert de dagopvang op zodanige wijze dat de beroepskracht of de beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten, terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.’ Dit betekent dat er altijd iemand moet kunnen meekijken of meeluisteren op de peuteropvang.

Wij vinden het belangrijk dat een kind zich veilig en geborgen voelt op de peuteropvang. Tegelijkertijd steven we er ook naar een omgeving te creëren waar een kind zich vrij voelt om zichzelf te zijn en uitgedaagd wordt om zichzelf te ontwikkelen. Voor medewerkers willen wij een omgeving scheppen waar zij zich eveneens veilig voelen, omdat er een open klimaat heerst waar een ieder de ander veilig kan aanspreken en omdat er samen gewerkt wordt.

Voor Samen Spelen Peuteropvang hebben wij geprobeerd concreet vorm te geven aan het vier-ogen en oren principe op verschillende gebieden:

  1. Open ruimtes

Bij de inrichting wordt rekening gehouden met het in stand houden van zoveel mogelijk transparantie. Hoekjes die gecreëerd worden voor verschillende leeftijdsgroepen of speelactiviteiten worden altijd zodanig ingericht dat de medewerker de ruimte in zijn geheel kan overzien. De peuteropvang vind plaats in schoolgebouwen. Hierdoor liggen de verschoonruimtes soms apart. Als de leidster een peuter gaat verschonen of met de peuters naar de toilet gaat, blijven de deuren open zodat de andere pedagogisch medewerkster of de medewerkers van de school toezicht kunnen houden.

In de deuren (of vlak naast de deuren) naar de ruimtes zit glas om te allen tijde naar binnen te kunnen kijken. Deze dienen dus ook niet te worden afgeplakt met tekeningen of mededelingen. Ook in de buitenruimte die we delen met de school zijn geen gesloten of geïsoleerde ruimtes ingericht.

  1. Personeel, medewerkers en vrijwilligers

Aan het begin en einde van de dag wordt er gestart en geëindigd met minimaal een pedagogisch medewerker, en een volwassen achterwacht in het gebouw. De volwassene kan een andere pedagogisch medewerker zijn, maar ook een leerkracht van de school, de conciërge of administratief medewerker van de school.

Samen Spelen Peuteropvang is geregistreerd als erkend leerbedrijf en Samen Spelen werkt sinds september 2014 met stagiaires. Zij worden naast de pedagogisch medewerkers ingezet.

Voor alle volwassenen die ingezet worden, geldt overigens dat zij van tevoren geïnstrueerd worden op het gebied van het gedragsprotocol, het vier-ogen en oren beleid, de Meldcode Kindermishandeling en andere zaken waar zij bij het uitvoeren van hun werkzaamheden rekening mee dienen te houden. Voor alle volwassenen geldt uiteraard dat van hen een VOG is ontvangen.

  1. Open klimaat medewerkers, gedragsprotocol en meldcode kindermishandeling

Binnen Samen Spelen Peuteropvang hanteren wij een open en professioneel werkklimaat om zo de drempel te verlagen om elkaar aan te kunnen spreken op bepaalde gedragingen. Het geven en ontvangen van feedback vinden wij een belangrijke vaardigheid, waarop wij met pedagogisch medewerkers oefenen en ook steeds terugkomen in de functioneringsgesprekken.

Van onze medewerkers hebben wij een VOG ontvangen en voor hen aan te nemen is een zorgvuldige sollicitatieprocedure doorlopen. Hierbij zijn ook referenties opgevraagd om inzicht te krijgen in het functioneren van de desbetreffende persoon bij evt. een voormalig werkgever.

Daarnaast zijn de omgangsvormen tussen onze pedagogisch medewerkers en de kinderen, en tussen pedagogisch medewerkers onderling vastgelegd in een gedragsprotocol. Ook wordt met alle medewerkers de Meldcode Kindermishandeling doorgenomen.

  1. In geval van een kleine groepsgrootte en/of begin en einde van de dag

Wij streven ernaar om op elke stamgroep minimaal twee pedagogisch medewerkers in te zetten. Het kan echter ook voorkomen dat een groep zes kinderen of minder bevat. Indien een groep vanwege structurele kleine groepsgrootte slecht één beroepskracht heeft gedurende een dag(deel) of een moment, en er geen stagiaire op de groep staat, wordt het vier-ogen-principe geborgd door de deur open te laten zodat een leerkracht van de school, de conciërge van de school of een administratief medewerker van de school toezicht heeft.

Tijdens breng- en haalmomenten waarop een pedagogisch medewerker een periode alleen staat op een groep zorgt ook de onverwachte inloop door ouders voor toezicht. Het karakter van de haal en brengsituaties verkleint het risico dat iemand zich onbespied of niet gecontroleerd zou kunnen voelen. Het gaat hier om het kwartier voorafgaand aan de start van de opvang en het laatste kwartier van de opvang. Tijdens deze momenten is er overigens ook altijd achterwacht in het gebouw aanwezig, danwel in de vorm van een andere pedagogisch medewerker op een andere groep, danwel een leerkracht of een andere medewerker van de school.

Op het moment dat een groep structureel heel klein is op een dagdeel kan deze ook samengevoegd worden met een andere groep om het vier-ogen beleid te bewaken.[1] Deze samenvoegingen kunnen alleen plaatsvinden wanneer het maximum aantal kinderen voor die leeftijdsgroep en beroepskracht-kind ratio niet wordt overschreden en de opvang op pedagogisch verantwoorde wijze kan plaatsvinden. Ouders worden van tevoren van de samenvoeging op de hoogte gesteld. Op de deur van de groep die naar de andere stamgroepsruimte is verhuisd, wordt een briefje geplakt, zodat ouders weten waar ze hun kind kunnen ophalen.

  1. Specifieke situaties/ruimtes:

*           Verschoningsruimte

De verschoningsruimte is in de peuteropvang bijna altijd buiten de groep. Als een pedagogisch medewerker naar de verschoningsruimte gaat of met de peuter naar het toilet gaat, blijft de deur naar de gang open.

*           Kortdurend alleen op de groep

Als er twee pedagogisch medewerkers op de groep staan en een van hen moet kort de groep verlaten (bijvoorbeeld voor toiletbezoek), wordt dit opgelost door de deur naar de klassen van de school open te zetten.

*           Uitstapjes

Tijdens uitstapjes heeft het de voorkeur dat minimaal twee pedagogisch medewerkers op stap gaan met een groepje kinderen. Echter als de groep klein is, of een grote groep wordt gesplitst vanwege het aanbod van verschillende activiteiten, dan kan het voorkomen dat er maar 1 pedagogisch medewerker met de kinderen op stap gaat.

[1]Als het voor de emotionele veiligheid en rust beter is, zullen de groepen niet samengevoegd worden en zal de medewerker de groep alleen draaien.